4 december 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Na bijna 18.000 kilometer, en vrijwel alle noord- en Oost-Europese landen zonder echte noemenswaardige problemen te hebben doorfietst, slaat in Italië alsnog het noodlot toe. Nabij de kust van Latina, werd ik rond 6 uur ’s avonds, halverwege de kustweg van Sabaudia naar het kustplaatsje Lido di Capo Portiere, door een tweetal onverlaten overvallen, en bestolen van mijn fiets met alles wat erop en eraan zat. Was ik enigszins opgelucht, zuid Italië zonder kleerscheuren te hebben doorstaan, en dacht ik me inmiddels weer op enigszins veilig grondgebied te bevinden, word ik toch op een laffe wijze te grazen genomen. Alhoewel ik constant op mijn hoede was, lijkt het alsof roofovervallen in Italië niet te voorkomen zijn.
Al fietsend over de betreffende kustweg, stopte plots vlak voor me een witte bestelauto. Twee mannen met een zuid Europees voorkomen, maar naar mijn mening beslist geen Italianen, stapten uit. Een van de mannen duwde me zonder pardon van de fiets, waarop ik eieren voor mijn geld koos en de kortste naar het strand nam. Op een afstand van zo’n 30 meter, kon ik enkel toezien dat de twee onverlaten mijn trouwe tweewieler, met alles erop en eraan, achter in de bestelauto gooide, en rustig rijdend er vandoor gingen in de richting van Latina. Op dat moment besefte ik me pas dat ik enkel nog de kleren, die ik op dat moment aanhad, bezat. Belangrijke zaken zoals mijn GSM, mijn paspoort en cash geld, zaten in de stuurtas.
Nadat de schrik enigszins uit mijn benen verdwenen was, zette ik het op een sprint richting Borgo Grappa, in de hoop daar iemand aan te treffen om de politie te waarschuwen. Onderweg trof ik twee vissers aan, die ik met handen en voeten heb uitgelegd wat me was overkomen. Daarop namen ze direct actie en belde de politie, die na ongeveer een half uur arriveerde. Omdat beide Carabinieri onvoldoende Engels spraken en ik onvoldoende Italiaans, zijn we naar het hoofdkantoor in Latina gereden. Inmiddels was een Engels sprekende Italiaan opgetrommeld en deze stond me op een bijzonder vriendelijke en behulpzame manier te woord. Nadat ik hem duidelijk had gemaakt wat me was overkomen werd direct actie ondernomen. Binnen 5 minuten waren 6 Carabinieri druk in de weer om een en ander voor me te regelen. Zelfs een hotel en wat te eten en te drinken werd voor me geregeld.
Nadat de commandant van het hoofdkantoor zijn verontschuldigingen, namens de gehele Italiaanse bevolking, had aangeboden, bracht een van de Carabinieri me naar het hotel.
Omdat ook mijn paspoort bij de gestolen spullen zat, was ik genoodzaakt de dag erop naar de Nederlandse ambassade in Rome te gaan, om een noodpaspoort aan te vragen. Inmiddels had Iris voor de volgende dag een vlucht kunnen boeken bij Ryanair. Na een uurtje of 4 te hebben gewacht, kreeg ik uiteindelijk mijn noodpaspoort, en vrijdagmiddag vloog ik nog altijd iets in de war, maar wel opgelucht vanaf Rome Campino terug naar Eindhoven.
Toen ik me uiteindelijk op Nederlands grondgebied bevond, besefte ik me pas goed dat het gebeuren in Italië slechter voor me had kunnen aflopen. Wel wist ik vrij snel zeker, dat ik de Challenge hoe dan wil afmaken. Maar goed, om de Challenge te kunnen afmaken zal ik eerst een nieuwe uitrusting bij elkaar moeten schrapen, en daar ben ik de komende weken zoet mee.
Begin januari laat ik via mijn website weten hoe de planning voor de laatste 8000 kilometer gaat uitzien.
Ik wil iedereen fijne feestdagen en een fantastisch 2009 toewensen.
Groet
Luck
»
3 december 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Op weg naar de Strada Statale Amelfitana de beroemde, maar ook beruchte kustroute van Salerno naar Sorrento…
In de vroege uurtjes neem ik nog snel wat ‘shots’ van op de promenade van Reggio met Sicilië als decor, en maak me vervolgens op weg richting Pizzo, de eerste stop na Reggio. De kustweg naar Pizzo is overigens niet bepaald vlak. Regelmatig moet ik stevig in de pedalen om het volgende hoogste punt fietsend te halen. Het verkeer raast aan me voorbij. Regelmatig raakt mijn stuur net niet de steile rotswanden rechts van me. Maar goed, ik ben wat gewend, en zonder enige aarzeling zet ik door, en maak de overige weggebruikers regelmatig duidelijk, dat ook ik recht heb op een stukje asfalt.
Tegen de middag fiets ik weer lekker in het zonnetje, en hier en daar is de weg weer wat breder. Krijg ik toch nog af en toe de kans te genieten van de vele prachtige vergezichten. Plots doemt een tunnel voor me op, en het bekende verkeersbord ‘verboden voor fietsers’ gooit opnieuw roet in mijn fietsmaaltijd. Ik zal op zoek moeten naar een alternatief. Terug in het laatste dorp dat ik passeerde, kom ik er al snel achter dat enkel een omweg via het binnenland me naar de andere kant van de tunnel kan leiden. Ik heb echter geen zin in extra kilometers en klimmetjes. Wat nu? Het alternatief blijkt vrij simpel, en een uurtje later zit ik opnieuw in de trein naar Nicotera, alwaar ik opnieuw mijn fiets zal moeten bestijgen. Vanuit Nicotera volg ik de SP23 richting Pizzo. Deze gaat bij Panaia over op de SP22. In Tropea gun ik mezelf een pauze. In de haven is het, ondanks de tijd van het jaar, behoorlijk druk. Ook hier wordt de vis, direct na de vangst, vers verkocht. Op de kaart zie ik dat ik de kust en het uitzicht over zee voorlopig blijf volgen. Als ik in Pizzo aankom is het inmiddels donker, en wordt het tijd een plekje voor de nacht op te zoeken. Na een korte fotosessie, fiets ik het dorp uit, en probeer een plekje te vinden op een van de stranden die ik ga passeren. De nachten worden alsmaar kouder, en ik moet opnieuw ondervinden dat ook het zuiden van Italië een winterperiode kent. Overdag is het aangenaam, vaak zelfs warm. Maar tijdens de nacht komt de temperatuur akelig dicht in de buurt van het vriespunt.
De volgende ochtend ben ik weer vroeg uit de veren. Het is echter wel bewolkt, en het ziet erna uit dat we het vandaag niet droog houden. Gisterenavond heb ik nog even met overlegd, en besloten vanuit Pisa terug te vliegen en in ieder geval de maand december in Nederland te blijven. Dus nog een kilometertje of 1200 doorpezen, en dan lekker een dikke maand naar huis…
De kustweg naar Salerno is prachtig, maar tegelijk ook behoorlijk zwaar. Eerlijk gezegd ben ik blij over een dikke week even niet meer in het zadel te hoeven… Wel merk ik dat ik meer geniet van wat ik allemaal te zien krijg, en af en toe betrap ik mezelf op het inhaleren van een lange haal lucht om zo nog meer een te zijn met de omgeving waar ik me bevindt. Ik begin me ook steeds meer te beseffen dat ik al bijna de 18000 kilometer grens ben gepasseerd. 18000 kilometer…en toch kan ik me de eerste kilometers nog als de dag van gisteren herinneren.
Inmiddels ben ik op enkele kilometers van Salerno verwijderd. In Salerno gun ik me opnieuw een hostelletje. Via internet heb ik een bedje geboekt. De foto’s zien er in ieder geval veelbelovend uit. Salerno binnenfietsend wordt me meteen duidelijk dat dit een stad is van enige omvang. Vanaf de boulevard is de Amalfi kust goed zichtbaar, en ik verheug me nu al op de fietsroute naar Sorrento. De “Strada Statale Amelfitana”, zo wordt deze route genoemd, is wellicht een van de meest befietste route van Italië. Ik heb op internet heel wat mooie foto’s zien passeren, en ik ben benieuwd of ik dezelfde vergezichten onderweg terugvindt.
De volgende dag bezoek ik het historische gedeelte van de stad. Omdat de stad tegen hellingen is gebouwd, lijkt het alsof de woningen gestapeld zijn. In de smalle steegjes hangt de was droog te wapperen, en de geur van duizenden kunstmatige bloempjes vullen mijn neusgaten. Op de balkonnetjes staan vrouwen druk met elkaar te vertellen. Een steegje verder wordt er in een van de woningen flink ruzie gemaakt door een stel. Dit is Italië puur…
Halverwege de winkelpromenade vindt ik een hippe koffiebar, en besluit hier aan mijn verhaaltjes te werken, onder het genot van een natje in de vorm van een Aperol Spritzzzz, en een droogje in de vorm van een pasta met gamba’s…live is beautiful.
Ciao
»
18 november 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Wat een virus kan doen met je lichaam…
Nadat ik Pescara heb verlaten en richting Bari fietste, kreeg ik, zomaar uit het niets, last van ‘broekhoest’. In eerste instantie dacht ik dat mijn niet te remmen speurtochten naar locale producten me dan nu toch de das om deden. Maar zo exotisch waren mijn maaltijden nu ook weer niet. Door de kramp in mij maag kon ik me maar moeilijk concentreren op het fietsen, en de stuurfoutjes die hierdoor ontstonden, werden afgestraft door een kakofonie toetergeluiden van claxonerende Italianen inclusief de gebruikelijke hand- en armgebaren en scheldkanonnen. Ondanks de pijn in mijn buik, deed ik vrolijk mee en zwaaide, weliswaar met een hand aan het stuur, en schold me wezenloos. Iets wat blijkbaar wel gewaardeerd werd, want vaak eindigde deze manier van ‘communiceren’ in gelach van beide partijen.
Na Termoli werd ik richting Foggia nog even het binnenland in gejaagd, maar dit keer had ik de landkaart goed ‘gelezen’, en fietste ik met twee vingers in mijn neus, maar wel met dichtgeknepen billen, tussen twee bergmassieven door. Ik merkte en zag overigens steeds duidelijker, dat hoe zuidelijker ik kwam, hoe armer de bevolking werd. Met name de slechte staat van wegen en gebouwen doet me denken terug te zijn in de voormalige Oostblok landen. Foggia binnenfietsend lijkt het alsof ik opnieuw door de buitenwijken van Belgrado fiets. Overal verlaten bedrijfsgebouwen en bergen zwerfvuil. Eenmaal in het bewoonde gedeelte zie ik met name oude, in het zwart geklede, vrouwtjes hun stoepjes grondig vegen, maar wel enkel hun eigen meters. Het lijkt alsof iedereen vooral bezig is zijn eigen domicilie schoon te houden, en wat daarbuiten gebeurd andermans verantwoordelijkheid is.
Toen ik het centrum binnenfietste overviel me een onprettig gevoel van onveiligheid, en dacht ik maar een ding ‘hier moet ik zo snel als mogelijk weer uit’. Wel moest ik eerst nog even een winkel vinden om een nieuwe memory stick voor mijn camera te kopen. Op weg naar Foggia, lukte het me niet meer een van de vele gaten in het wegdek te ontwijken en raakte ik ‘air born’. Door de noodlanding die hierop volgde, belande de hele inhoud van mijn stuurtas in de berm en merkte ik niet dat de memory stick zijn vertouwde plekje in mijn camera had verlaten. Na behoorlijk wat ‘rondvragen’ in de vorm van gebarentaal, wist ik uiteindelijk een winkeltje te vinden alwaar ik, na het openen van enige sloten om me binnen te laten, heel vriendelijk aan een nieuwe memory stick werd geholpen. Na het installeren van mijn nieuwe geheugen stokje, heb ik nog snel wat kiekjes gemaakt in de binnenstad en deze snel verlaten op weg naar Bari, mijn volgende stop, dacht ik…
In Bari wilde ik me een hostelletje gunnen. A; om wat bij te slapen, B; om mijn kleren te wassen, en C; om me weer eens grondig te douchen en te scheren. Omdat ik vanwege de ‘Euries’ enkel gebruik maak van jeugdherbergen en hostelletjes, wordt ik nogal eens teleurgesteld. Alhoewel ik mijn verwachtingspatroon grondig heb bijgesteld, zijn de omstandigheden waarin ik af en toe beland, op zijn zachts gezegd ‘discutabel’. Vaak is de gesteldheid van zo’n onderkomen af te meten aan het voorkomen van de eigenaar, en in Bari werd dit weer eens bevestigd. Bij het zien van de eigenaar had ik al meteen enige twijfels, en de behaarde bierbuik die de ruimte tussen zijn versleten spijkerbroek en bevlekte t-shirt ontsierde, deed me het ergste vermoeden. Ik vroeg daarom toch maar even, of ik eerst even een kijkje mocht nemen. Enigszins protesterend werd me een kijkje toegestaan, maar al lopend naar de ‘dorms’ (kamers met meer dan 4 bedden) werd me duidelijk dat ik hier zo snel als mogelijk weer weg moest. Ik loog hem voor eerst te moeten overleggen met mijn medereizigers, en later terug te komen…niet dus.
Omdat er verder niets ‘cheap-ish’ in Bari te vinden was, besloot ik mijn geluk een aantal dorpen verder te proberen, en kroop met veel tegenzin opnieuw op mijn fiets.
Een stuk buiten Bari vond ik uiteindelijk een ietwat bedenkelijk alternatief. Ook niet echt proper, maar omdat ik mijn verwachtingspatroon vanwege vermoeidheid weer iets naar beneden had bijgesteld, besloot ik te blijven. Overigens was het aanwezige personeel, waarschijnlijk verdwaalde Engelse studenten, vriendelijk en behulpzaam. En ‘by the way’ wat mag je verwachten van meiden, die wellicht nog niet zo lang geleden, bij hun ouders thuis de dringende opdracht kregen hun eigen kamer eens fatsoenlijk op te ruimen…
Na een verkwikkende douche kroop ik niet veel later tussen de lakens, en volgens mij na het zesde schaapje viel ik in slaap.
Bonne notte…

De volgende dag zette ik mijn challenge cq. adventure richting Brindisi voort. Omdat ik nog altijd veel last had van mijn maag, besloot ik wat minder kilometers te maken en te overnachten in de buurt van Brindisi. Dit is een pittoresk vissersplaatsje met nog veel originele bebouwing. Ook de straatjes hebben nog hun originele toplaag in de vorm van een gebroken witachtige hardsteen (zou ook marmer kunnen zijn…), en voor een ongeveerde en zwaarbepakte fiets een echte beproeving. In de haven zijn heel wat kraampjes te vinden met kraakverse vis. Fantastisch om te zien, wat minder om te ruiken, maar wel weer heerlijk om in mijn pannetje te bakken en op te peuzelen. Ook hier zijn de Griekse invloeden nog goed behouden gebleven, en worden duidelijk in de strijd geworpen om een stuk van de toeristische taart mee te pikken.
In Brindisi een geschikte overnachtingsplek te vinden was minder gemakkelijk, en werd bemoeilijkt door een notoire achtervolger. Ja, je leest het goed. Een ietwat gezette man, gecamoufleerd door de muts van een ‘hooded sweater’ en een donkere zonnebril, bleef achter me aanlopen, en volgde me overal. Na wat gemene blikken, en wat opmerkingen zijn kant op, bleef hij me toch achtervolgen. Ik besloot naar het station te fietsen omdat ik had gezien dat zich naast het stationsgebouw het politiebureau bevond. De stationshal bleek nog open, en ik was blijkbaar niet de enige op zoek naar een veilig onderkomen. Hier en daar lagen wat zwervers, maar ook wat mensen die, gezien de bagage die ze bij zich hebben, beslist op een trein aan het wachten waren. Ik vond een plekje in een hoek, waar vandaan ik een goed overzicht had over het zooitje ongeregeld om me heen. Bij de ingang verscheen opnieuw de vreemde snuiter die me al een tijdje aan het volgen was. Ik was het zat en liep met mijn hele hebben en houden, vastbesloten zijn kant op, en vroeg hem in het Engels maar wel met duidelijke stemverheffing wat hij van me wilde. Hij draaide zich om en liep weg. Ik volgden hem, haalde hem in en vroeg hem opnieuw, dit keer op een dreigende manier, wat hij van me wilde. Hij zei niets, begon sneller te lopen, en verdween in de nacht. Ik heb hem daarna niet meer gezien. Terug in de stationshal nam ik opnieuw stelling in het vrije hoekje en al zittend op mijn opgerolde slaapzak en leunend tegen de fiets, probeerde ik wat slaap te vatten. Dit lukte af en toe, maar ik werd regelmatig gewekt door een van de zwervers die in zijn slaap allerlei dingen riep, die ik niet kon verstaan maar volgens mij geen onderdeel waren van een prettige droom. Een andere zwerver liep telkens weer in zichzelf vloekend naar de ingang van de stationshal, om vervolgens weer terug te keren naar zijn plekje, in zijn plastik zakken te kijken, en weer even onder zijn volledig versleten deken kroop. Wat zou zijn verhaal zijn? Wat is ‘m overkomen? Ik zal het nooit te weten komen en ik besefte me opnieuw dat veel medemensen een hopeloos bestaan lijden, en in dit soort omstandigheden dagelijks moeten overleven. Ik heb het vermoede dat men in Italië bewust gekozen heeft de stationshallen open te laten. Dit om onder andere dakloze een redelijk veilig onderkomen te verschaffen. Ik denk dit, omdat de plaatselijke politie, spoorweg personeel, en zelfs Carabinieri regelmatig een kijkje kwamen nemen, maar niemand wegstuurde. Op een of andere manier gaf ook mij dat een veilig gevoel.
Op een gegeven moment liep een jonge gast met een te vol gevuld koffer de stationshal binnen. Hij keek wat verdwaald en ongelukkig om zich heen. Toen hij mij zag knikte hij voorzichtig, en vroeg me of hij naast me mocht komen zitten. Ik knikte bevestigend. Hij sprak een enkel woord Engels, en kwam nogal chaotisch over. Hij maakte me duidelijk dat hij naar Bari wilde om daar werk te zoeken. Hij bood me een sigaret aan, maar die moest ik helaas weigeren. Ik maakte hem duidelijk dat ik niet rook, wat hij, gezien zijn gezichtsuitdrukking, een beetje vreemd vond. In de zuidelijke landen van Europa, lijkt het alsof bijna iedereen rookt. In het begin dacht ik dat dit slechts een eerste indruk was, maar inmiddels moet ik Iris gelijk geven, en ziet het erna uit dat de tabaksindustrie in deze landen nog jaren vooruit kan.
Ik heb hem nog wat verteld over mijn fietsreis, en hij maakte me duidelijk welke auto hij wilt kopen van de euro’s die hij hoopte te gaan verdienen in Bari. Zijn ogen vielen van vermoeidheid af en toe dicht, en bijna tegen mij aanleunend viel hij niet veel later in slaap. Ik probeerde ook nog even wat uiltjes te knappen.
Toen het eerste daglicht Brindisi bereikte, zijn we samen, aan de overkant van het station, een espressootje gaan doen. Daarna gaven we elkaar een hand, ik wenste hem al het geluk toe, en maakte me op weg naar een plek waar ik in alle rust van een ontbijtje kon gaan genieten.
De volgende stop werd Taranto, een stad op een schiereiland, en volgens een van de inwoners die ik later sprak, de stad met twee zeeën en drie bruggen. Mijn buikgriep wil overigens maar niet verdwijnen, en elke kilometer kost me meer en meer moeite. Veel trek heb ik ook al niet meer, maar dwing mezelf wel voldoende water te drinken. Ik denk dat er niets anders opzit dan rust nemen, maar hoe? In Taranto laat ik in mijn hoofd een aantal mogelijkheden de revue passeren. Ik was eigenlijk van plan vanuit Taranto de kortste weg richting Salerno te nemen, maar deze route loopt via het binnenland, en gezien het berglandschap alleen te doen in gezonde toestand. Ik besluit het anders te gaan doen. Vanuit Taranto wil ik de volgende dag ’s morgenvroeg de trein richting Reggio di Calabri (gelegen in de neus van het vaste land van Italië), en hoop daar opnieuw op de fiets te kunnen stappen. Ik wil er drie dagen over doen, en overnachten in de stationshallen van de drie plaatsen die ik de komende dagen zal bezoeken. Ik moet daarbij ook rekening houden met het feit, dat ik regelmatig zal moeten overstappen, gezien fietsen enkel in regiotreinen getolereerd worden, en deze slecht beperkte afstanden afleggen. Het wordt een zoektocht van jewelste, maar zoiets is mij op het lijf geschreven en geeft me een kick dit tot op het bot uit te zoeken.
Ook Taranto heb ik uitgebreid bekeken, en op de gevoelige plaat vastgelegd. Taranto heeft een eeuwenoude geschiedenis, en gaat terug tot zeker 1000 jaar voor Christus. In die tijd was het een vestingstad van de Grieken, en dit heeft behoorlijk zijn sporen achtergelaten. De plaatselijke bevolking is een gemêleerd gezelschap, zeker niet typisch Italiaans. Naar wat ik kon begrijpen uit het verhaal van een man die me op het grootste plein van de stad aansprak, hebben de ‘Taranto-aanen’ een sterke verbintenis met Griekenland.
Pleinen spelen in Italië overigens een belangrijke rol. Het is dé ontmoetingsplaats, en in alle steden waar ik ’s avonds vertoefden, bleken dit telkens plekken waar stadsgenoten elkaar ontmoeten en met elkaar praten, heel veel praten. Rond een uur of 6 begint dit tafereel en duurt voort tot een uur of 9. Mensen groeten elkaar en beginnen een gesprek dat vaak uren kan duren. Waar ze het over hebben? Ik zou het, bij god, niet weten. Maar gezien de typisch Italiaanse, vaak hevige arm- en handbewegingen, en gezichtsuitdrukkingen die hiermee gepaard gaan, moeten het wel interessante onderwerpen zijn. Ik vind het in ieder geval geweldig om te zien en te horen, en ik hoop dat dit zuidelijk gebruik ooit in ons kikkerlandje zijn intrede zal gaan doen. De Italiaanse koffiecultuur krijgt ook langzaam maar zeker vaste voet op Nederlandse bodem, dus waarom niet!
Tegen tweeën ’s nachts begeef ik me al fietsend naar het station. Wat me daar te wachten staat, is geen vraag meer, en bij aankomst word dit bevestigd. Ik tref hetzelfde tafereel aan als in Brindisi, en zoek een plekje op een van de vrije bankjes. Ook hier passeert regelmatig een auto van de plaatselijke politie of van de Cabinieri, en ook spoorwegpersoneel loopt regelmatig de stationshal binnen. Niet veel later stopt een busje. Twee mannen stappen uit, en lopen de stationshal in. Een van de twee is een stuk kleiner als de ander en duidelijk geen Italiaan. De ander duidelijk wel en gebaart hem op een bankje plaats te nemen, loopt terug naar het busje en rijdt weg. De achtergelaten man kijkt doodongelukkig en bang om zich heen en neemt plaats op een vrij bankje. Hij kijkt me op een gegeven moment voorzichtig aan, ik groet ‘m knikkend, en hij lijkt enigszins opgelucht. Hij probeert me duidelijk te maken of het goed is dat hij naast me komt zitten. Ik knik lachend en hij neemt plaats naast me. Op een of andere manier lijken mensen zich veilig bij mij te voelen. Dit is namelijk al de vierde keer dat me zoiets overkomt. Hij blijkt een Roemeen te zijn, en legt me uit dat hij vader is van 7, jawel 7, kinderen. Om zijn gezin te kunnen onderhouden, plukt hij mandarijnen in Italië. Omdat hij blijkbaar geen onderkomen heeft, werd hij hier ‘gedumpt’ om de volgende dag weer opgehaald te worden, om elders opnieuw, naar ik vermoed, ‘uitgeknepen’ te worden. Maar goed, hij verdient wat geld en kan hiermee zijn gezin onderhouden. Ik leg hem uit dat ik zelf ook een vriendin en twee spruiten heb, en een jaar door Europa aan het fietsen ben. Iets wat deze klein uitgevallen Roemeen maar moeilijk kon bevatten. Ik gaf hem een beker koffie, wat koekjes en een paar Travelsafe handwarmers. Hij bleek het namelijk nogal koud te hebben. Op een gegeven moment liep hij naar de telefooncel in de stationshal, en deed verwoede pogingen een telefoontje te plegen. Het apparaat werkte blijkbaar niet, en teleurgesteld keerde hij terug. Ik vroeg hem of hij zijn familie wilde bellen. Hij knikte bevestigend, en maakte me duidelijk dat het apparaat niet werkt omdat hij niet voldoende muntgeld heeft. Ik bedacht me niet lang en gaf ‘m mijn GSM zodat hij met het thuisfront contact kon opnemen. Hij was dolblij, en toen het ook nog daadwerkelijk lukte zijn vrouw aan de telefoon te krijgen, verscheen een brede glimlach op zijn gezicht. Hij maakte zijn vrouw duidelijk dat hij de GSM gebruikte van iemand anders en daarom niet te lang kan bellen. Na een paar minuten sloot hij het gesprek af en was duidelijk opgelucht. Ik maakte hem duidelijk dat hij gerust een dutje kon doen. Ik zou wel op zijn spullen passen. Hij bedankte me opnieuw, zette zijn koffer tussen ons in, en viel met een lach op zijn gezicht in slaap. Zelf heb ik ook af en toe de binnenkant van mijn oogjes bekeken.
Om 6.15 uur zou mijn trein vertrekken, en het was inmiddels 6.00 uur, dus moest ik naar het perron. Voorzichtig laat ik mijn nieuwe Roemeense vriend weten dat ik moet vertrekken. Hij geeft me glimlachend een hand, en lijkt opgelucht deze nacht weer heelhuids te zijn doorgekomen. Ik fiets naar het perron, stal mijn fiets veilig in een van de wagons, en neem uitgebreid plaats op een van de versleten bankjes in dit overjarige treinstel.
Richting Reggio di Calabria, mijn eindbestemming voor wat betreft het treinen, bezocht ik ook nog Cariata, en Cantanzaro Marina. Beide zijn vissersdorpen, en omdat het toeristische seizoen voorbij is, op de plaatselijke bevolking na, uitgestorven. Enkel wat bedrijvigheid in de havens, doet enig leven vermoeden. Om tot rust te komen wellicht ideaal om te vertoeven…
Reggio di Calabria is daarentegen andere koek, en bruist van hier tot ginder. Een dikke kilometer lange winkelstraat vormt het kloppend hart van deze moderne maar wel streng protestante stad. Volgens een vriendelijke jongeman, die me in de winkelstraat spontaan aansprak, zijn de mensen van Reggio wel modern en vooruitstrevend, maar houden ook stevig vast aan eeuwenoude tradities, die vaak niet meer van deze tijd zijn. Vanaf de lange promenade van Reggio heb je een prachtig zicht op Sicilië, en met goed weer is de Etna ook te bewonderen. Ik heb er ook een glimp van kunnen waarnemen, maar deze vulkaan in ruste ga ik zeker nog een keer van dichtbij bekijken. Ook in Reggio heb ik de nacht in de stationshal doorgebracht. En ook deze nacht had ik een gast, dit maal een vrouwelijke. De geboren Amerikaanse Nathalie, die overigens slechts een enkel woord Engels sprak, was op een trein aan het wachten die haar met haar familie zou herenigen. Ze wist me ook duidelijk te maken dat ze zwanger was, en zich zorgen maakte om het ongeboren kindje in haar buik.Op een gegeven moment liep een jonge gast de stationshal binnen, en vroeg haar iets waarop zij furieus reageerde. De jongeman maakte zich uit de voeten, en met een uitgeklapt zakmesje rende zij even, zwaar vloekend, achter hem aan. Toen ze opnieuw de stationshal in liep, maakte ze me duidelijk dat de jonge gast haar als hoer aanzag, en wilde weten wat ‘het’ kost. Wat je al niet meemaakt in stationshallen gedurende de nacht… Ze werd zeer emotioneel en begon te huilen. Ik wist eerst even niet hoe ik moest reageren, maar legde dan toch maar, enigszins aarzelend, een arm om haar heen om haar te troosten. Niet veel later arriveerde blijkbaar een bekende van haar, en beide vertrokken naar de koffiebar aan de overzijde van het station. Rond 6 uur liep ze opnieuw de stationhal binnen. Ze zag er een stuk opgeluchter uit. Al lopend naar de perrons, zwaaide ze nog even glimlachend naar me, en ik maakte me klaar voor een nieuwe etappe, dit keer via de westkust van Italia.
Ciao ciao
Luck
»
16 november 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Door wat technische problemen met mijn laptop, onvoldoende onbeveiligde draadloze netwerkjes, een buikgriepje, en het maken van voldoende kilometers, ben ik wat nalatig geweest voor wat betereft mijn berichten. dit ga ik nu in sneltreinvaart inhalen. De juiste bijbehorende foto’s en nieuwe berichten volgen op korte termijn.
Ciao ciao
Luck
Trieste (Italië) – Pescara (Italië)
De Adriatica …de Italiaanse Adriatische kustroute (deel 1)

Voor zover ik de landkaart heb kunnen ontcijferen, zal het eerste stuk na Trieste bergopwaarts zijn, maar niet veel kilometers later volgt een daling de Po vlakte in, en dan volgen een paar honderd kilometer vlakke piste. Met een beetje geluk heb ik ook nog wat rugwind, dus dat wordt kilometers vreten…
Al fietsend door de Po vlakte lijkt het af en toe alsof ik een toertje door de Nederlandse polders maak. Enkel de bouwstijl van de huizen en de andersoortige gewassen doen je beseffen in Italië te fietsen. Met het zuchtje rugwind, zoef ik door dit ietwat vreemde landschap van dit deel van Italië. Het is inmiddels 7 uur ’s avonds en alweer een dik uur donker. Ik heb vandaag goede benen, en de wind in mijn rug geeft me vleugels. Ik besluit nog een tijdje door te fietsen. Rond 10 uur begin ik langzaam maar zeker voor een slaapplekje uit te kijken. Het eerste uur fiets ik niets geschikts tegen het lijf, en besluit in het volgende dorp eerst even een espressootje te doen. In San Michele al Tagliamento de plaats die ‘vereerd’ werd met mijn bezoek, werd alles in gereedheid gebracht voor, naar wat bleek, het jaarlijkse oogstfeest, en het was een drukte van jewelste. Maar als zwaar bepakte fietser trok ik blijkbaar toch enige aandacht, en niet veel later werd ik door de eerste voorbijganger aangesproken. Omdat de ‘personata in questioni’ al vermoede dat ik geen Italiaan zou zijn, sprak hij me aan in een mix van Engels, Duits en Italiaans, en de gebruikelijke handgebaren. Ik begreep wat hij van me wilde weten, en in slecht Engels (want dat blijkt men hier beter te verstaan dan vloeiend…), maak ik duidelijk dat ik een rondje Europa op de fiets aan het doen ben. ‘Mama mia…no possible’ of zoiets, was zijn reactie Een aantal passanten mengen zich in ons ‘gesprek’, en het geheel ontaard in een tafereel dat enkel in Italië zou kunnen ontstaan, lachen toch…
Een kwartiertje later, geniet ik in het meest populaire dorpscafé van een espresso (€ 0,60 per kopje…), en zet vervolgens mij zoektocht naar een geschikt plekje voort. Één keer raden waar ik uiteindelijk belande…
De volgende morgen ontwaakte een waterig zonnetje me uit mijn dromen. Een aantal meiden stonden inmiddels op de bus te wachten, en giechelend keken ze me ietwat verbaasd aan. Is natuurlijk ook niet gek, een vreemd persoon in zijn slaapzak op het bankje van hun vertrouwde bushokje…
In ‘no time’ bracht ik de fiets opnieuw in stelling en klaar voor de start, maar eerst verzorgde mijn Handpresso het gebruikelijk ochtendritueel, en genoot ik eerst van een verse espresso, slikte mijn Orthica vitamientjes, en doe wat preventieve rek- en strek oefeningen. Met de warmte van de zon in mijn gezicht en mijn ogen gesloten, ben ik in gedachte al in de straten van Venetië, mijn volgende bestemming.
Na een dikke drie uur flink doortrappen arriveerde ik aan het begin van de Ponte Della Liberta, de vier kilometer lange brug naar de wellicht drukst bezochte stad van Italië. Voor mij het derde bezoek, maar beslist het meest memorabele. Met een zwaar bepakte fiets door Venetië rondwandelen is een opgave op zich. De vele bruggetjes, trapjes en de smalle weggetjes, maken mijn bezoek tot een ware uitdaging, maar op een of andere manier beleef ik dit bezoek veel intenser als de twee eerdere keren. Deze keer had Venetië nog een leuke verrassing voor mij in petto…
Dwalend over een van de vele piazza’s van Venetië hoor ik plotseling een bekende stem mijn naam roepen. Ik draai me om en geloof mijn ogen niet. Het Braziliaanse koppel (Eduardo en Fayt) dat ik een dikke week geleden in Zadar (Kroatië) trof, bleek ook in Venetië te zijn. En omdat het in Zadar al goed tussen ons klikte, was dit wederzien een zeer aangename verrassing. We hebben er een ontzettend leuke dag van gemaakt en na uitgebreid, maar uiteraard wel goedkoop, te hebben getafeld en adressen te hebben uitgewisseld, namen we afscheid, zeker wetend dat we elkaar dit leven beslist nog een keer zullen treffen…
Al fietsend naar het vaste land, overdenk ik de afgelopen dag, en vraag me opnieuw af of het leven uit toevalligheden bestaat, of dat alle gebeurtenissen een betekenis hebben. Maar goed, nu eerst op zoek naar een plekje voor wat uurtjes nachtrust. Morgen fiets ik richting Ravenna, niet ver van Milano Maritima. Een badplaats die ik bewust zal mijden, en ingewijde weten waarom…
Bonne notte,
Bonnegiorno amici, va bene tutti?
De route naar Ravenna leverde geen verrassende beelden op, en bij elke foto die ik neem vraag ik me af of het kiekje iets toevoegt aan het gene ik inmiddels op de gevoelige plaat heb vastgelegd. Na Ravenna wil ik doorfietsen naar Rimini, de geliefde vakantiebestemming van mijn overleden ouders van mijn pa. Ter ere en nagedachtenis van mijn lieve bomma en bompa, wil ik een dagje in Rimini doorbrengen en iets opsnuiven van dat wat mijn grootouders zo trok aan deze Italiaanse badplaats. Ik houd hierbij natuurlijk wel rekening met het feit dat het november is, en het toeristisch seizoen allang voorbij is. En dat blijkt ook. Veel hotels zijn gesloten en het is niet erg druk, al is het zaterdagavond. Toch is er voldoende bedrijvigheid, en ik kan me heel goed voorstellen hoe het hier is tijdens het hoogseizoen. Het hostelletje waar ik overnacht is goed verzorgt, niet duur, en serveert een redelijk ‘all you can eat’ ontbijt, inclusief een goed verzorgde cappuccino, wat wil een mens nog meer…
Met mijn ‘inmiddels’ buikje vol, zet ik koers richting Ancona, maar niet voor een wederzien met deze, van een natuurlijke haven gezegende, kustplaats. Omdat ik deze stad inmiddels heb bewonderd, wil ik proberen er omheen te fietsen. Met name omdat ik weet dat rondom Ancona een aantal gemene klimmen verborgen liggen. De kustroute richting Ancona is een aaneenschakeling van strandpromenades. In de verte zie ik wat bergen opdoemen en ik dacht in eerste instantie dat ik Ancona aan het naderen was. Al snel besefte ik dat ik wat te optimistisch was, en deze bergen net achter de kustplaats Pésaro liggen en eerst bedwongen zullen moeten worden. Overigens kom ik heel wat fietsers tegen onderweg. De kustroute blijkt een geliefd parcours te zijn voor wielrenners, en ik wordt regelmatig vriendelijk met ‘dumps up’ begroet, leuk toch. Met name tijdens de eerste meters bergopwaarts, krijg ik behoorlijk wat duimpjes mijn kant op. Een dik uur later weet ik waarom, en jullie kunnen het wel raden…de klimmetjes na Pésaro waren er van eerste categorie. Moe maar wel nagenietend van de prachtige vergezichten en de natuur, fiets ik richting Ancona. Ik wil, hoe dan ook, om Ancona heen. Al fietsend zie ik Ancona in de verte opdoemen. Ik bekijk de route nog een keer op de landkaart, en zie dat de weg waarop ik me nu bevindt weliswaar wat klimmetjes inhoudt, maar ik wel uit de buurt van Ancona blijf. Het verkeer raast aan me voorbij, maar het doet me niets. Ik weet waar ik naar toe wil, en met mij verstand op nul, raas ik over de SS16, richting een paar tunnels…oeps, daar had ik niet op gerekend. De eerste tunnels zijn niet erg lang, maar niet echt berekent op fietsers. Na de tweede tunnel, staat een wat oudere man op een parkeerplaatsje naast zijn auto mij aan de kant te zwaaien. Hij vraagt me waar ik naar toe wil. Als ik hem duidelijk maak dat ik Ancona probeer te vermijden en naar de …riviera wil, probeert hij me duidelijk te maken dat deze weg, met een tunnel van enkele kilometers in het verschiet, te gevaarlijk is. Omdat hij zelf een fietser is, raad hij me aan toch Ancona in te fietsen en de ‘minder gevaarlijke’ route binnendoor te nemen. Om een lang en bergachtig verhaal kort te houden…had ik toch nooit naar deze goed willende malloot geluisterd. Al in Ancona volgde de ene na de andere idiote beklimming. Op een gegeven moment moest ik bijna stapvoets mijn fiets de wellicht hoogste top opslepen. In de verte zag ik af en toe waar ik naar toe moest in de vorm van een lang, vlak lint, promenadeverlichting, maar ik wist allang dat ik eerst over heel wat bergen en door heel wat dalen zal moeten. Al vloekend neem ik een van de laatste klimmen en daal langzaam maar zeker richting riviera. Sirolo is het eerste plaatsje dat ik binnenreed, en was inmiddels in stilte gedompeld. Alhoewel het donker is, zie ik de schoonheid van deze tegen de helling van de eerste berg opgebouwde dorp. Vanaf het centrale plein heb je een fantastisch uitzicht over de Adriatische zee, en alles ziet er goed onderhouden en verzorgt uit. Ik besluit nog wat verder af te dalen, en beland in het dorpje Numana ook dit dorpje kan zo op een ansichtkaart. De restaurantjes zitten behoorlijk vol, en ik begin zelf ook flinke honger te krijgen. Ik zoek een plekje nabij het strand, en maak mezelf een Adventure Food Pasta Bolognese aangevult met wat extra ingrediënten in de vorm van verse sherry tomaatjes, schijfjes peperoni en verse geraspte parmezaan. Een glaasje rode Italiaanse tafelwijn in mijn vertrouwde houten mok, maakt deze maaltijd kompleet, en kan ik de wereld weer aan. Omdat het droog is, besluit ik op dezelfde plek mijn Coleman slaapzakje uit te rollen, en met het inflatable matrasje onder me, geniet ik van de sterren boven me. De volgende dag, ben ik al weer vroeg uit de veren en zet mijn reis voort richting Pescara. Voordat ik in Pescara arriveer, fiets ik door kustplaatsen zoals Civitanova Marche, Porto San Giorgio en San Benedetto del Tronto. In dit laatste plaatsje neem ik een pauze, en wandel ik langs de vele kraampjes op een op volle toeren draaiende jaarmarkt. Met name de kramen met verse producten trekken mijn aandacht, en menige specialiteit verdwijnt in een van mijn fietstassen. Weer wat extra kilootjes die ik moet meeslepen, maar wel heerlijke… Uiteraard proef ik hier en daar iets van de uitgestalde producten, maar niet alles overtuigd mijn smaakpupillen. Op een gegeven moment wordt ik aangesproken door een jongeman, die in goed Engels vraagt waar ik vandaan kom. Als ik hem uitleg waar ik vandaan kom en mee bezig ben, volgt een leuk gesprek, dat op een gegeven moment over mijn route gaat. Als ik hem vertel dat ik de kustroute volg, waarschuwt hij me voor het zuiden, en maakt me duidelijk dat ik me fiets nergens onbeheerd moet achterlaten. Afgesloten of niet, hij zou met zekerheid gestolen worden, en een straat verder voor € 10 doorverkocht worden. Hijzelf komt uit het plaatsje Francavilla Fontana, iets ten noordoosten van Taranto, en dus behoorlijk in het zuiden van Italië, maar werkt nu in Milaan, en is vrij resoluut over het zuiden van Italië. Hij noemt Italië een ‘bananenrepubliek’, en dit wordt door een inmiddels ‘aangeschoven’ medelander, bevestigd. Het zuiden van Italië is een roversnest, en ik ben dus gewaarschuwd. Met mijn tassen vol fiets ik verder naar Pescara en denk nog even na over het geen me net duidelijk gemaakt is.
In Pescara aangekomen neem ik snel wat kiekjes, en besluit mijn onderkomen voor de nacht wat dorpen verderop te zoeken. Iets voor Ortona zet ik vlak bij het strand mijn tentje op en probeer wat nachtrust te vinden.
Bonne notte…
Luck
»
16 november 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Herceg Novi (Montenegro) – Rijeka (Kroatië) - Trieste (Italië)
De Zapadria Magistrale …de zware maar fantastische Adriatische kustroute van het voormalige Joegoslavië

Om uiteindelijk in Herceg Novi te geraken was al een flinke uitdaging, maar dezelfde route tot Split opnieuw maar dan per bepakte fiets was er een van de buitencategorie. Meteen bij het verlaten van mijn onderkomen in Herceg Novi, kreeg ik een klim voor de kiezen die er niet om loog. De klim bleef aanhouden tot de grens met Kroatië. Na mijn paspoort voor de zoveelste keer te laten bestempelen, fietste ik vrolijk niemandsland binnen, waarna opnieuw een flinke klim voor mijn fietsbanden lag. Ik begreep er niets van. Fiets ik richting hemel… het goede nieuws volgde overigens snel. Nadat ik de Kroatische grenspost passeerde, volgde een lange daling tot zeeniveau. Even dacht ik van de kwelgeesten van zo’n 1000 meter hoog verlost te zijn, maar niets bleek minder waar. Niet veel later werd ik opnieuw richting hemel gestuurd, om na een uurtje klimmen opnieuw de afgrond in te worden gestort. De Zapadria Magistrale verslaat bij deze de ‘achtbanen’ die ik in Noorwegen heb moeten beslechten. De enige troost die me gegund werd, zijn de zwempartijtjes in de Adriatische zee achteraf en de heerlijke stranddouches daarna. Geloof me, na een lange dag pedalen trappen, werkt een baantje trekken in niet al te koud zeewater als een welness therapie. Volgens mij was ik wel de enige zwemmer in de gehele Adriatische zee…



Steden zoals Dubrovnik, Makarska, Split, Sibenik, Zadar (zeer de moeite waard…), Pag en Senj . In Zadar besloot ik een jeugdherberg te betrekken en dat bleek een zeer goede zet achteraf. Ik trof er een ontzettend leuke groep mensen aan. Een koppel uit Brasil (Eduardo en Faiet), een Aussie met Zwitsers paspoort, een medelander uit Coevorden, en later een stel, eveneens op de fiets. Zij bleek uit Griekenland te zijn, en hij een Zwitser die al zo’n beetjes overal op deze aardbol gewoond heeft, en een behoorlijk aantal talen spreekt. Het werd een ontzettend leuke avond, waarbij de meest leuke verhalen over en weer vlogen en heel wat kartonnetjes wijn en blikjes bier de pauzes opvulden. Dit treffen bleek in Venetië nog een staartje te hebben, maar daarover later meer.

Uiteindelijk belanden ik, na een laatste stevige klim, in Rijeka, de hoofdstad van Kroatië. Onderweg kwam ik regelmatig waarschuwingsborden en slagbomen tegen die zijn geplaatst om wegen af te sluiten als de Bora over het land veegt. Ik heb gelukkig enkel te maken gehad met de Yugo (wat overigens ‘zuid’ betekent)…mag ik ook een keer…?
Na aankomst in Rijeka liet ik nog even alle klimmen van de afgelopen dagen de revue passeren, maar besefte ik me wel dat ik tot Trieste nog een paar flinke heuvels voor de kiezen krijg. Maar goed, daarna volgt de Po vlakte, en aan ‘vlakte’ ben ik op dit moment wel toe…
Omdat het toch al wat later in de middag was, en ik door wilde fietsen naar Trieste, werd het een flitsbezoek, en was ik al weer snel op weg naar Opatija. In deze badplaats begint de klim naar de grens met Slovenië. Van Slovenië heb ik niet veel kunnen zien. 1. omdat het vroeg donker is. 2. omdat ik hoofdzakelijk door bossen fietste. 3. inmiddels had ik mijn verstand op ‘nul’ gezet, om deze laatste ‘hindernis’ te kunnen bedwingen. Wel werd ik bij het binnenfietsen van Slovenië nog even gevraagd of ik zo ‘vriendelijk’ zou willen zijn alle tassen uit te pakken…eikels.
Eenmaal over de Italiaanse grens volgde een heerlijk lange afdaling. In mijn achterhoofd dacht ik al aan een flinke portie verse pasta en een espresso achteraf… In Trieste gunde ik mezelf een jeugdherberg iets buiten de stad. Er waren slecht 2 andere gasten, maar naast de fantastische ligging, direct aan de Adriatische zee, was dit onderkomen een zooitje, het personeel onvriendelijk en het ontbijt zeer ‘continentaal’. Wel maakte ik kennis met Giovanni, een zeer vriendelijke Italiaanse kamergenoot. Hij heeft jaren geleden van zijn hobby zijn werk gemaakt. Hij handelt en verzamelt oude vinyl LP’s. Tof toch?

Morgen zet ik koers naar Venetië voor een hernieuwd bezoek van deze stad op het water. Ik ben benieuwd of ik het droog houd…
Ciao ciao,
Luck
»
31 oktober 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Onder het motto van; wat je al niet doet om de uitdaging ‘zo zuiver mogelijk’ te houden…
De route via Albanië houd ik, na het zoveelste dringende advies, toch maar voor gezien. Alleen fietsen door Albanië is blijkbaar vragen om problemen. Door de armoede is stelen één van de manieren om te overleven in dit extreem communistisch land. Daarnaast is in Albanië het leven van een vreemdeling niet veel meer waard dan een volgende dag eten. Dit klinkt wellicht wat overdreven, maar ik ga er vanuit, dat adviezen van wildvreemde mensen, goedbedoeld en serieus genomen moeten worden.
Over land denk ik dat we over een afstand van zo’n 400 km spreken. De omweg die ik heb moeten nemen om Albanië te vermijden is als volgt verlopen;
Vanuit Patras (Griekenland) ben ik samen met Iris per Superfast, een snelle en luxe ferry naar Ancona (Italië) de Adriatische zee overgestoken. Vervolgens ben ik vanuit Ancona per super slow en niet bepaald luxe Jandrolinija ferry wederom de Adriatische zee naar Split (Kroatië) overgestoken. Dan per bus van Split naar Dubrovnik (eveneens Kroatië), na eerst de chauffeur om te kopen om mijn fiets mee te mogen nemen. En als laatste per bus van Dubrovnik naar Herceg Novi (Montenegro), na wederom eerst de chauffeur om te kopen. Wat een corrupte bende is het hier af en toe. Alles bij elkaar geteld, ben ik bijna 3 dagen en zo’n 2000 kilometer onderweg geweest om mijn reis te kunnen hervatten.
Als ik uiteindelijk in Herceg Novi arriveer, is het inmiddels 5 uur ’s middags en al bijna donker. Montenegro ligt op de grens van een tijdszone, en daardoor is het er vroeg donker. Iets waarmee ik onvoldoende rekening heb gehouden, en me flink parten speelt. Ik zal nu elke morgen vroeg op het zadel moeten klimmen om voldoende kilometers te kunnen maken.
Op de achtergrond, in de bergen van deze badplaats aan de Adriatische zee, hoor ik het stevige gerommel van een fikse onweersbui. Het licht van de flitsen laat de silhouetten van de behoorlijke bergen regelmatig zien en het is duidelijk dat dit natuurgeweld snel deze kant op raast. Omdat ik de omgeving niet meer heb kunnen verkennen, besluit ik een hostelletje te zoeken. Na een half uurtje zoeken, en bij het vallen van de eerste druppels, heb ik beet en sla direct aan. Voor € 15 krijg ik een nette 1-persoons kamer met net geen uitzicht op zee. Net op tijd, want al lopend naar mijn kamertje, begint het ineens te stormen en te kletteren van heb ik jou daar. De plastik terras stoelen vliegen me om de oren en in ‘no time’ staan de straten blank. Dit had mijn tentje beslist niet zonder enige schade doorstaan. Toch nog nat tot op het bot, loop ik snel het gebouw in waar mijn kamertje zich op de onderste etage moet bevinden.
Na een welverdiende douche en het checken van mijn mail, neem ik nog even een borreltje en kruip onder de wol. Morgen zal ik vroeg uit de veren moeten en opnieuw koers zetten richting Dubrovnik. Vervolgens via het 20 kilometer kuststrookje van Bosnië, naar Split en dan naar Zadar. Na Zadar meld ik me weer.
Ciao,
Luck
PS: de foto’s volgen snel…
»
25 oktober 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Sofia (Bulgarije) – Thessaloniki (Griekenland) – Athene (Griekenland)
Totaal km: 945
Dat ik veel bijzondere dingen meemaak tijdens deze reis, is de meeste mensen die me volgen wel duidelijk. Maar afgelopen nacht was voor mij meer dan bijzonder…
Nadat ik Bulgarije had verlaten en Griekenland was binnengefietst, is me in ieder geval snel duidelijk dat ik me, na vele weken, weer in de Eurozone bevindt. Betaalde ik in Sofia voor een ‘not to bad’ kopje koffie, in een lokaal cafeetje omgerend zo’n 40 eurocent. In Thessaloniki moest ik, in een nette koffiebar, voor een redelijke cappuccino € 2,50 betalen…
Ik zal er weer even aan moeten wennen, maar ten opzichte van de Oost-Europese landen zijn de Eurolanden ronduit duur. En dan moet je bedenken dat de prijzen in de voormalige Oostbloklanden de laatste jaren flink gestegen zijn…
Thessaloniki betekent voor mij ook een wederzien met zout water. De het einde van deze fietsreis zal het zilte vocht me aan mijn linkerzijde blijven volgen. Iets buiten Thessaloniki probeer ik even de temperatuur van het water. Met de temperatuur van de Noorse fjorden nog stevig in mijn achterhoofd, voelt het water van de Middellandse zee aan als een warm bad. Vanavond neem ik geheid een duik…
Ik heb me voorgenomen voorlopig de kustlijn te volgen, om later een zijsprong landinwaarts naar Larissa te maken. Tegen 7 uur ’s avonds valt het doek voor het daglicht en ga ik opzoek naar een overnachtingplekje op het strand, iets buiten de badplaats Dion. Op een verlaten stukje, tref ik een eenzame rieten parasol aan, met daar vlak bij een grappig omkleedhokje en een buitendouche. Mooi, dacht ik meteen, ‘kan ik na het zwemmen meteen even het zout van me afspoelen.
Na deze frisse duik en daarna nog frissere douche, heb ik me opnieuw aangekleed, ben ik in mijn slaapzak gekropen, en genoot ik van een zelf gemixte Wodka Lemon en het uitzicht over de zee. Zo af en toe passeerde een auto of wat wandelaars met honden, maar verder was het erg rustig. Tja, het is nu ook bepaald geen hoogseizoen. Wel kreeg ik regelmatig bezoek van een van de vele zwerfhonden, die met name op zoek leken naar wat eetbaars. Rond 9 uur passeerde me een stel met, zo het leek, met 2 honden. Een van de honden kwam polshoogte bij me nemen, en omdat ik dacht dat het geen zwerfhond was (daar moet je namelijk voorzichtig mee zijn i.v.m. rabiës e.d.), aaide ik ‘m en keek hij me wat verwonderd aan. In eerste instantie leek hij, naar wat ik dacht, zijn baasjes te volgen. Maar hij stopte, keek om en kwam terug. Ik wist even niet wat ik moest doen, en probeerde hem duidelijk te maken zijn baasjes te volgen. Maar hij bleef bij me zitten, en zijn vermoedelijke baasjes waren inmiddels uit het zicht. Oké, dat lukt dus niet en ik gaf hem een paar zoute stengels die ik net aan het oppeuzelen was. Om een lang verhaal wat korter te maken. Zij, het bleek een teef, is die nacht niet meer van mijn zijde geweken. Sterker nog, zij bewaakte me, en geen zwerfhond, wandelaar of auto kon zonder een dreigende beweging en geblaf passeren. Dit kan geen toeval meer zijn, iemand daarboven waakt over me, en heeft me deze waker gestuurd…
Ik heb deze nacht heerlijk geslapen, en ben slechts een enkele wakker geworden van haar geblaf. De dag erop hebben we samen het ruime sop gekozen, heb ik haar nog even met zoet water afgespoeld, hebben we samen ontbeten, en moest ik haar duidelijk maken dat ik verder moest, en ik haar hoe dan ook moet achterlaten. Als ik de aanhanger nog bij me had gehad, had ik haar meegenomen, en ik weet zeker dat ze graag had meegewild.
Als ik met pijn in mijn hart mijn wielen in beweging zet, volgt ze me nog een kilometer of 2, maar op een gegeven moment moet ze hebben gevoeld dat onze wegen zich moeten scheiden. We kijken allebei nog een paar keer om, en met tranen in mijn ogen besef ik me wat het lieve en het trouwe van deze viervoeters met je kunnen doen…

Ik noemde haar ’Boy’, maar later bleek het een teef te zijn…

’s morgens bij het krieken van de dag. De hele nacht geen moment van mijn zijde en waakzaam tot het laatste moment.

Mijn stekkie deze nacht…geinig toch?
Het verdere verslag volgt later…ik moet weer wat fietsen, op weg naar Athene, op weg naar Iris.
Ciao
»
23 oktober 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Budapest (Hongarije) – Belgrado (Servië) – Donau (fietsroute) - Sofia (Bulgarije)
Totaal km: 1387

De plek waar de Saba en de Donau in elkaar vloeien…
Maandag heb ik met het openbaar vervoer de stad verkent. Het openbaar vervoer in Budapest bestaat uit tal van verschillende voertuigen. Naast normale bussen, heb je ook trolleybussen, de gewone tram, maar ook een snelle tram, de metro, een paar tandradtreinen in het Buda (berg) gedeelte van Budapest en uiteraard taxi’s. Kaartjes voor het openbaar vervoer zijn goedkoop, maar ik kreeg het idee dat er weinig tot geen controle plaatsvindt en de apparaatjes waarmee je kaartjes in de verschillende vervoersmiddelen moet ‘afstempelen’ werken vaak niet. In principe is Budapest wel in een dag of twee te doen, maar wil je ook wat van de cultuur opsnuiven, dan heb je een paar dagen meer nodig. Ik blijf tot woensdag morgen, en probeer ook een kijkje te nemen in de buitenwijken van deze enorme stad.
Ook in Budapest is het contrast tussen arm en rijk aanzienlijk. Ook hier flits de ene na de andere Mercedes S-klasse, Audi 8-serie en BMW 7-serie aan je voorbij, terwijl bedelaars je een paar Florijnen uit je broekzak proberen te praten. Vaak heb ik er moeite mee om ‘nee’ te zeggen, en lukt het menige bedelaar me een paar Florijnen te ontfutselen. En dan de luchtkwaliteit… Door het gebruik van sterk verouderde en dus milieuonvriendelijke voertuigen, werd ik onwel van de geur van uitlaatgassen, rokende remblokken en verbrand rubber. Dit moet zeer ongezond zijn…
In Budapest zie je veel daklozen, die met name overdag op bankjes of op uitgevouwen kartonnen dozen hun roes van de afgelopen nacht doordrinken, uitslapen. Ik kreeg ook niet het gevoel dat hieraan veel aandacht wordt geschonken. Ze maken op hun manier deel uit van de samenleving van deze stad.
In en rondom het Parlement wordt door de huidige regering bepaald hoe de voorhanden middelen worden verdeeld en welke volgende reformatie nodig is, het land door de volgende jaren te loodsen. Omdat bijna een vijfde deel van de bevolking van Hongarije in of om de stad Budapest leeft, gaat veruit de grootste punt naar het opknappen en verbeteren van de voorzieningen in de stad. Iets wat veel mensen op het land tegen de borst stoot. Aan de bouwwerken uit de gloriejaren van het begin van de vorige eeuw is behoorlijk wat achterstallig onderhoud en de Russische invloeden gedurende de 20ste eeuw, hebben de historische gebouwen geen goed gedaan.
Woensdagmorgen neem ik afscheid van Peet, Hans en de kids … Eerlijk gezegd net op tijd. Dat moet ik even uitleggen. Heeft overigens niets met mijn verblijf bij de Corbijntjes te maken, want dat was perfect verzorgd, zeer gastvrij en omdat Hans regelmatig een marathon loopt, was er veel gesprekstof en waren ze beide oprecht geïnteresseerd in mijn challenge. Nee, een en ander had te maken met de kinderen. Iets dat me ook overkomen is in de tijd dat Merel en lobke kleuterspeelzalen bezochten. Na een paar weken kreeg ik namelijk problemen met mijn gezondheid. In deze periode liep het me vaak aan beide kanten eruit en voelde ik zo beroerd dat ik dacht dat het einde nabij was. Maandagavond kreeg ik opnieuw dat gevoel, maar ik dacht in eerste instantie dat ik iets verkeerds gegeten had, maar ik voelde me steeds beroerder worden. Pas na mijn vertrek uit Budapest besefte ik me dat ik door het oog van de naald was gekropen. Was ik een dag langer gebleven, dan had mijn bezoek aan de Corbijntjes wel eens een dikke week kunnen uitlopen… Iets waar Peet en Hans niets aan hadden kunnen doen.
De eerste fietsuren woensdagmorgen waren dan ook niet makkelijk, maar tegen de avond ging het de goede kant op, en de volgende morgen voelde ik me weer zo fit als een hoentje.

Huize Corbijn…boven op een van de behoorlijk stijle bergen in het Buda-gedeelte van Budapest.
De volgende twee dagen stonden wederom volledig in het teken van kilometers maken. Donderdagavond arriveerde ik in Belgrado, nadat ik op de valreep nog even op een ‘platte’ getrakteerd werd… Voordat ik aan de plak sloeg, heb ik eerst even contact gezocht met Jovan, mijn ‘Warm Shower’ gastheer in Beograd. Hij stelde voor af te spreken in een park in het centrum. Hij gaf me de naam door van het park, en na het plakken ben ik meteen op zoek gegaan. Al snel vond ik een bord waarop de naam van het park vermeld stond. In het park bevond zich ook een fontein die door Jovan als ontmoetingsplek werd voorgesteld, dus dacht ik dat ik goed zat. Na 2 lange uren wachten in het wel erg donker, zwaar onderkomen en van hoeren en ongure types bezaaide park, begon ik me toch een beetje ongerust te maken. Waarom zou hij op zo’n plek afspreken en met name, waarom is hij er nog niet. Langzaam maar zeker kreeg ik het gevoel in de maling genomen te worden. Ik besloot ‘m nog maar eens te bellen, en wat niet veel later bleek dat ik me in het park vergist had. Niet veel verder stond Jovan, in een prachtig verlicht park, voorzien van fantastische fonteinen, zich af te vragen waar ik zou zijn. Einde goed , al goed, en na een half uurtje fietsen zat ik op 11 hoog, in een buitenwijk van Beograd, te nippen aan een koud biertje.

Jovan en Jasna…perfecte gastheer en gastvrouw.
De komende dagen werd ik door Jovan en Jasna getrakteerd op diverse Servische specialiteiten, en werd elke avond mij bedje in de woonkamer opgebouwd. Ik kreeg af en toe rode oortjes van de gastvrijheid die me werd aangeboden… Jovan neemt uitgebreid de tijd me de geschiedenis van Joegoslavië en het huidige Servië en de andere ‘nieuwe’ landen uit te leggen. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het uitschrijven, beschrijven en bewegwijzeren van de Donau Radweg v.w.b. het Servische gedeelte. We raken vaak niet uitverteld, en tot in de kleine uurtjes vlogen de verhalen de tafel over, en probeerde ik telkens weer een plekje onder mijn hersenpan te vinden al deze nieuwe informatie op te slaan.
Het is inmiddels zondagmorgen 19 oktober als ik wederom te laat koers zet naar Bulgarijen. Uiteraard heeft Jovan voor mij een route uitgestippeld, die voor een groot gedeelte langs de Donau zal lopen. Hij heeft me spectaculaire vergezichten beloofd, maar naar Sofia is het wel een flink stuk om.
Tijdens deze etappe probeer ik ook nog even een oversteek naar Roemenië te maken. Of dit gaat lukken is afhankelijk van mijn gemiddelde snelheid, en met name de vertrektijden van de ferry’s over de Donau. Bruggen en ferry’s over de Donau zijn namelijk dun gezaaid. Zoals jullie op de foto’s zullen zien, is de Donau door de bouw van stuwen, op sommige plekken bijzonder breed.
Als ik samen met Jovan, die me nog even naar de juiste weg uit Belgrado manoeuvreert, richting de stad fiets, besluit ik op aanraden van Jovan, toch nog even de Roma ‘slumps’ van Belgrado te bezoeken. Ik doe dit niet graag. De mensen leven, naar westerse maatstaven, in onacceptabele en onverantwoorde omstandigheden, en om daar dan ook nog eens wat kiekjes te gaan schieten…
Niet veel later staan we tussen een enorme berg vuil en iets dat op behuizing moet lijken. Als westerling schrik je van de situatie, en kunt je nauwelijks voorstellen dat zoiets, op zo’n kleine afstand van ons beschermd wereldje, mogelijk is. Met name een welvarend land als Oostenrijk, dat grenst aan landen als Tsjechië, Slowakije, Hongarije, maar ook op korte afstand ligt van landen als Servië, Slovenië, Bosnië, Roemenië en Bulgarije, moet het toch schokkend zijn, met eigen ogen te moeten constateren dat veruit het grootste gedeelte van de bevolking ver onder de armoede grens op een of andere manier overleefd…

De twee knapen bij de ingang van een van de Roma kampen nabij het centrum van Belgrado…
De twee knapen die we ter plekke aantreffen en aanspreken, zijn beleefd en vragen me netjes en ietwat onhandig of ik wat geld voor ze heb. Ik geef ze een paar Dinar´s, een half pakje sigaretten en een zakje Dextro energy. Zo vrolijk als ze op de foto’s overkomen, lijkt het alsof, ondanks de situatie waarin ze verkeren, hun geluk niets in de weg te staat. Ze spreken zelfs enkele woordjes Engels… Tja, ik ga er dan maar vanuit dat de vrijheid waarin de Roma´s in Belgrado leven, opweegt tegen de opstandigheden. Overigens is de gemiddelde levensverwachting van de Roma’s in Belgrado zo´n 40 jaar…
Na een hartelijk afscheid, fiets Jovan terug naar Belgrado en verkies ik opnieuw het ‘platte land’ en zeker 40 jaar terug de tijd in. De dorpen die ik paseer, lijken op een film over vroeger en al lachend begroet ik de oude vrouwtjes die ik regelmatig aantref op houten bankjes voor de boerderijtjes, waar ze wellicht hun hele leven hebben doorgebracht. Vaak kijken ze verwonderd op, en ik zie ze zich afvragen ‘wat doet deze vreemde man hier op zijn fiets…’.
Af en toe paseer ik een tractor uit het jaar toebak, en wordt ik zelf ingehaald door vrachtwagens die bij ons in het museum staan. Lachen toch…

Afscheid van een nieuwe vriend voor het leven…
Wat me wel met name in de Oost-Europese landen opvalt, is het zwerfvuil langs de wegen en de vele, op zekers illegale, vuilstortplaatsen net buiten de dorpen die ik doorkruis. Het lijkt alsof het iedereen het een worst zal wezen, wat de gevaren hiervan kunnen zijn. Ik heb ook niet het idee dat de overheden hier veel aan doen. Iedereen probeert, letterlijk en figuurlijk, zijn eigen stoep schoon te houden, en wat er een paar meter verderop gebeurt is niet hun zorg… Ben je de dorpen en dus de civilisatie gepasseerd, dan fiets je door veelal ongerepte natuur en prachtige landschappen.
Inmiddels zijn de dagen korter dan de nachten en is het rond 6 uur donker en gaat de zon rond een uur of 7 op. Zodra ik Bulgarije binnenfiets krijg ik weer een uurtje terug en kan ik ´s avonds wat langer doorfietsen. De afgelopen weken heb ik enkel zon en slechts een beetje bewolking gehad. Het weer in het oosten van Europa is vrij stabiel, en mogelijke veranderingen kondigen zich ruim van te voren en duidelijk aan. De keerzijde van deze medaille is wel dat het ´s nachts behoorlijk koud wordt en vaak het vriespunt net niet wordt gehaald wordt. Daarnaast zijn de voorzieningen minimaal, en ben ik regelmatig aangewezen op beekjes en riviertjes om me te kunnen wassen. Ook merk ik goed dat door de armoede om me heen, de verleiding toeneemt deze eenzame fietser van zijn goedje te beroven. Regelmatig sla ik ´op de vlucht´ voor figuren die het, tenminste zo voelt het aan, op mijn spullen hebben gemunt. Mijn laptop ziet dan ook uitsluitend het daglicht als er niemand in de buurt is. Ik kan me voortstellen dat dit wat overdreven overkomt maar vergeet niet dat ik alleen onderweg ben en niet veel inbrengen kan tegen een groepje slecht willende…zeker als het donker is.
Donker heeft voor mij de afgelopen weken een nieuwe dimensie gekregen. Donker betekent hier ´echt donker´. Als er geen maanlicht is, zie je, spreekwoordelijk, geen hand voor je ogen..
Met name ´s avonds en ik ergens in de ‘middle of nowhere’ plotseling bezoek krijg van een zeer langzaam passerend voertuig met hierin een aantal slecht te herkennen mannen die op een vreemde manier naar me lachen en even verderop stoppen, uitstappen en proberen dingen aan me te vragen…geloof me, dan gaat de twinturbo erop en stop ik niet totdat ik me in een dorp bevindt met enige straatverlichting…en dat kan soms verrekte lang duren. Na twee keer zo’n akkefietje te hebben meegemaakt, wordt het wild kamperen ineens ook een stuk onaantrekkelijker. Zodra de zon, na een nachtje wild kamperen, opgaat en ik opnieuw mag genieten van het begin van een nieuwe dag, dank ik Jezuske toch even voor het moge meemaken van deze nieuwe dag…

Het eerste douanehuisje was mijn onderkomen tot 5.30 uur in de ochtend…
Maar goed, even terug naar de rit van afgelopen zondag …Nadat ik Belgrado heb verlaten volgde ik de Donau aan de noord/oost zijde en zou ik bij het plaatsje Stranda Palanka met de ferry de Donau oversteken naar het dorpje Ram en de donau aan de zuid-west zijde verder volgen. Eenmaal aangekomen wordt mijn vrees bewaarheid en blijkt de laatste ferry niet om 6 uur maar om 5 uur het ruime sop te hebben gekozen. Tja, daar sta je dan aan de oever van de Donau en tussen 2 plaatselijke restaurantjes in. Het is niet anders en ik besluit er toch maar het beste van maken. Al snel zit ik aan grappig gedekt tafeltje en niet veel later geniet ik van een Servisch biertje en bekijk ik de kaart voor een plaatselijk hapje. De keuze is gevallen op een vissoep en een komkommersalade. De vriendelijk ober Vladimir probeert me met zijn beste Engels het me naar me zin te maken. Tegen een uur of negen zijn de terrasjes verlaten, en vraag ik Vladimir of hij een borreltje met me drinkt. Ook vraag ik hem of hij een plek weet waar ik mijn tentje zou kunnen opzetten. ‘Not sleeping in tent…’ was zijn eerste reactie. ‘You sleep in restaurant on bench…’, en mijn onderkomen voor de komende nacht was geregeld. We hebben tot in de kleine uurtjes met elkaar verteld, en de fles zelf gestookte ‘snaps’ raakte als maar leger. Op een gegeven moment dreigde we beide in slaap te vallen, en kroop ik in mijn slaapzak en Vladimir vertrok naar zijn kamertjes achter in het restaurant. De volgende morgen had ik om 8 uur de eerste ferry en genoot ik van een prachtige zonsopgang midden op de Donau.

Vladimir…de vriendelijke ober.

Een van de vele zwerfhondjes die bij de ferry van Stranda Palanka met me wilde spelen…
De heuvels aan weerszijde worden alsmaar hoger, en op een gegeven moment heb ik het gevoel terug in Noorwegen te zijn.

De Donau in volle glorie…
Rest volgt zodra ik weer een netwerkje heb gevonden…
Ciao
Luck
»
18 oktober 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Het is zaterdagmorgen 18 oktober. Ik verorber net het laatste stukje overgebleven forel van gisterenavond en overdenk de afgelopen dagen. Ik ben momenteel in Belgrado en na een koude natte dag gisteren in de binnenstad, schijnt vandaag het zonnetje opnieuw, maar is het wel behoorlijk fris.
Ik heb een nachtje bij Jovan Erakovic, een ‘Warm Shower’ lid, geslapen. Jovan is verantwoordelijk voor het uitzetten van de route en bewegwijzering van het Servische gedeelte van de ‘Donau Radweg’, de druks befietste fietsroute van Europa. Hij en zijn vrouw Jasna wonen in een van de enorme flats in een buitenwijk van Belgrado, 11 hoog en met een bijzonder groot, met planten aangekleed, terras. Vanaf het terras heb je een bijzonder uitzicht over de wijk.
Jovan is uiteraard fietsliefhebber en heeft al heel wat bijzondere tochtjes op zijn palmares staan. Daarbij onder andere een fietstocht door het Himalaya gebergte.
Na Wenen, Bratislava en Budapest is Belgrado wederom een enorme stad met bijna 1,8 miljoen inwoners, mooie historische gebouwen, een middeleeuws fort op een heuvel tegen het centrum aan, en een druk winkelhart. Maar Belgrado is ook een stad van tegenstellingen. Naast een hoge werkeloosheid en daardoor een hoop armoede, tref je in de stad een aantal krottenwijken aan waar Roma’s ‘verblijven’. Een van deze wijken ligt exact tussen twee luxe hotels in. De gasten van het Hyatt en het Intercontinental kijken uit op een groot groep Roma’s die leven in bij elkaar gevonden kartonnen dozen, stukken plastic en ander afval. Jovan legt me uit dat deze situatie nu eenmaal ontstaan is, en er onvoldoende geld is om een oplossing te financieren. Nog niet zolang geleden is het idee ontstaan meerdere containerkampen, verdeeld over de stad, voor deze groep mensen in te richten. Maar na een hoop protesten van de bevolking van Belgrado heeft men daar vanaf gezien, en sindsdien is er niets meer ondernomen. Volgens Jovan heeft deze manier van leven ook te maken met het streven naar onafhankelijkheid en vrijheid. Volgens mij, na wat ik gezien heb, lijkt mij dit een dure prijs die men betaald voor deze zogenaamde vrijheid.
Vlak na de oorlog telde Beograd iets meer dan 2 miljoen inwoners, met name door de enorme toestroom van vluchtelingen van het oorlogsgeweld in de grensgebieden met Bosnië en Kroatië. Beograd is, op een paar gerichte bombardementen na, redelijk verschoont gebleven van het oorlogsgeweld, maar de naweeën op economisch vlak zijn duidelijk zichtbaar, en leven heel wat mensen onder de toch al zeer lage armoedegrens.
Volgens Jovan zijn er weinig Serviërs die momenteel geloven in een betere toekomst, berusten in de situatie en hebben ook niet meer de kracht en de wil om voor hun land te vechten. Daarnaast verlangen veel Serviërs terug naar de tijd van Tito en Joegoslavië. Blijkbaar was in die tijd een hoop beter geregeld, en leefden de verschillende bevolkingsgroepen tevreden en in harmonie met elkaar. Nu is er een hoop wantrouwen en is slechts een vonk voldoende de onrust opnieuw te doen oplaaien.
Vandaag vertrek ik via Roemenië naar Sofia in Bulgarije. De route die ik gekozen heb loopt voor een groot gedeelte parallel aan de Donau en beloofd op sommige stukken spectaculaire vergezichten. Nog een weekje fietsen en ik ben in Athene, en zoals het er nu naar uitziet, fiets ik nog een paar weken door, om in ieder geval met kerst en oud op nieuw in Nederland te zijn.
Ciao,
Luck
»
2 oktober 2008 door luck in Dagboek (Trip log)
Zoals jullie kunnen zien, heb ik voor wat betreft de foto’s voor een andere aanpak gekozen. Op deze manier moet het opstarten van mijn website makkelijker worden.
De foto’s worden de komende dagen voorzien van tekst en ja, het is werkelijk waar…ook van nieuwe belevenissen.
De belangrijkste reden dat ik achterblijf met mijn tekstuele berichtgeving, ligt met name aan het feit dat de nachten donker zijn en ik vrijwel enkel wild kampeer en dus geen voorzieningen heb om aan mijn teksten te werken. Dit doe ik nu deels overdag, tijdens fietspauzes.
Nog even wat duidelijkheid voor wat betreft het begrip ‘wild’ kamperen. Wild kamperen houdt met name in dat je er voor moet zorgen dat niemand weet dat je ergens je tentje hebt opgezet. Als men dit namelijk weet, dan is de kans groot dat je ‘gestoord’ wordt, en dat is precies wat je niet wilt op een afgelegen plek in de ‘middle of nowhere’… Mensen zijn van nature nieuwsgierig, en als het om je eigen leefomgeving gaat ben je bedacht op ‘vreemde’ figuren, die zomaar een tentje opzetten in ‘jou’ territorium… Dus ook voor wat betreft het gebruik van verlichting, de laptop en dergelijke, reduceer ik dit tot het noodzakelijke.
Hoe gaat dit normaal gesproken in zijn werk;
Ik fiets meestal tot een uur of 9 ’s avonds. vanaf dat tijdstip ga ik op zoek naar geschikte plekken. Ik doe dan de verlichting van mijn fiets uit, en zodra ik een plekje denk te hebben ontdekt, glip ik van de weg af, en verzeker me ervan dat niemand me heeft gezien. Blijkt het geen goede plek (te harde ondergrond, weinig ‘natuurlijke’ bescherming (bomen en struiken)), dan zoek ik nog even verder. Blijkt het een goede plek, dan verken ik nog even voor de zekerheid de omgeving (geen sporen van wild, geen afvaldump etc.), en zet in ‘no time’ mijn tentje op. Vervolgens kleed ik me uit, was me spataans, rol de slaapzak uit, en kruip in mijn tentje. Vervolgens houd ik de omgeving nog even een half uurtje in de gaten, en als niets vreemds gebeurd probeer ik wat broodnodige slaap te vatten. Omdat je met een oor en oog half open slaapt, schrik je wel eens wakker als je denkt iets vreemds te horen. Over het algemeen zijn het nachtdieren die het vreemde object op hun nachtelijke foegare rondje opmerken, en even komen snuffelen…daar moest ik even aan wennen. Ik heb inmiddels heel wat nachtdiertjes bij mijn tentje gehad. De meest leuke was het bezoek van een hert, maar toen ik mijn fototoestel heel voorzichtig probeerde aan te zetten, schrok het en maakt zich uit de poten…
Morgen volgen de belevenissen van Stockholm naar Helsinki en de Baltische staten. Later volgen ook nog berichten over Polen en Tsjechië en met name over mijn bezoek aan Auschwitz - Birkenau, dat een diepe indruk op me heeft achtergelaten.
Ciao, Luck
»